'Bezuinigen op kunsten kost op termijn vele miljarden'

Nu 200 miljoen euro bezuinigen op kunst en cultuur kost de samenleving uiteindelijk een veelvoud. Uiteindelijk kan het 'maatschappelijk verlies' zelfs oplopen tot 15 miljard euro, aldus Gerard Marlet. Lees hieronder het opiniestuk van de historiscus, econoom en expert op het gebied van het belang van cultuur voor de stad.

 

De waarde van cultuur

(door Gerard Marlet)

De cultuursector wordt flink aangepakt door het nieuwe kabinet. Voor een deel heeft de sector dat over zichzelf afgeroepen. Want als er één sector in Nederland is die minachting voor de belastingbetaler heeft getoond, is het de cultuursector wel. Verantwoording? Wat doen we met het aan ons geschonken belastinggeld? Nee hoor, het is l'art pour l'art, de intrinsieke waarde van kunst en cultuur, en daar horen buitenstaanders zich niet mee te bemoeien.
De cultuursector wordt nu afgestraft voor die arrogantie houding. Iedere belastingbetaler heeft recht op verantwoording. Iedere euro belastinggeld kan maar één keer worden uitgegeven. Iemand die snelwegen wil aanleggen komt er ook niet met zijn liefde voor de geur van asfalt. Hij zal moeten aantonen dat die snelweg Nederland maatschappelijk meer gaat opleveren dan dat hij kost. De cultuursector is er niet in geslaagd 'Henk & Ingrid' te overtuigen van de maatschappelijke waarde van cultuur. En van het feit dat ook zij daarvan profiteren.
Het enige valide argument tegen de aanstaande bezuinigingen op kunst en cultuur is dat de maatschappelijke kosten van die bezuinigingen groter zijn dan de opbrengsten. In De aantrekkelijke stad laat ik zien dat het culturele aanbod in een stad van groot belang is voor de aantrekkingskracht van die stad. Op basis van die analyse wordt de maatschappelijke waarde (inclusief de door de sector zo belangrijk gevonden intrinsieke waarde) van het totale aanbod aan podiumkunsten in Nederland ingeschat op zo'n € 30 miljard.
Als het Rijk inderdaad € 200 miljoen gaat bezuinigen op de podiumkunsten. En als de sector er niet in slaagt alternatieve bronnen aan te boren, waardoor een halvering van het budget uiteindelijk leidt tot een halvering van het aanbod. Dan zou dat betekenen dat tegenover een besparing van € 200 miljoen op de Rijksbegroting op lange termijn een maatschappelijk verlies staat dat kan oplopen tot wel € 15 miljard euro.
Op termijn wordt het land dus armer van die bezuinigingen. Vooral omdat met die bezuinigingen het hart uit de Nederlandse steden wordt gesneden. Van dat culturele aanbod gaat een veelheid aan economische en sociale effecten uit die de stad gezond maken. Het rijke culturele aanbod is de stad is een van de belangrijkste redenen dat het met de meeste steden in Nederland sinds halverwege de jaren negentig weer goed gaat.
Vooral mensen met een hogere opleiding kennen veel waarde toe aan het grote en diverse culturele aanbod in die steden. Is cultuur dan toch een speeltje van die elite? Wordt hen slechts een hobby afgepakt? Nee. De baten van cultuur komen voor een deel juist terecht bij mensen uit de lagere sociale milieus. Uit De aantrekkelijke stad blijkt dat in steden met een groot cultureel aanbod de werkgelegenheid harder groeit. Veel van die banen bevinden zich in de verzorgende sectoren, zoals horeca en detailhandel. Daar profiteren juist ook mensen met een lagere opleiding van.
Het valt de cultuursector te verwijten dat ze er niet in is geslaagd om dat aan Henk & Ingrid uit te leggen. Desondanks is een Grote Afrekening onverstandig. Die zal ons land op termijn veel meer schade berokkenen dan de besparing op de cultuurbegroting oplevert.

Gerard Marlet is historicus en econoom, en directeur van onderzoeksinstituut Atlas voor gemeenten. Hij is auteur van Muziek in de stad en De aantrekkelijke stad (beide VOC Uitgevers), over het belang van cultuur voor de stad.

Praat mee in het forum

Lees ook: De strijd van de kunst (ingezonden door componist Samuel Vriezen in dagblad Trouw 16 oktober 2010)